
Het begon met nachtmerries de laatste weken. Zoals ik ze vroeger mijn hele kindertijd had. Ik kom in het diepste donker. Het licht verdwijnt, ik kan niks meer zien. Het is pikzwart. In werkelijkheid kruip ik over de slaapkamervloer op zoek naar een uitgang, die ik niet kan vinden. Een aantal van deze nachten hang ik zwaar ademend met mijn hoofd uit het raam tot ik wakker word en me realiseer dat het een droom is. De nachtmerries kwamen plots en nachten achter elkaar. Soms meerdere keren per nacht. Ik telde er twaalf in één week tijd. Uitputtend.
Na een paar nachten begon ik gedurende de dag ook tekens te zien vol angst, geweld en misdaad. Veel en overvloedig. Op een bepaald moment in de auto op de snelweg, zag ik deze angst in een helder beeld voor me. Maar toen ik vervolgens minutenlang een mes op mijn keel voelde, energetisch, kwam de angst opzetten. Ik kon niet plaatsen of me iets stond te gebeuren, maar alles wees erop.
Die avond durfde ik het huis niet uit. Maar ik bleef wel mezelf gronden. Ik werkte op mezelf, door niet te zakken in de frequentie van angst. Anders trek je het naar je toe, dat weet ik uit ervaring. Je moet er boven blijven. Je niet op die frequentie gaan begeven. Blijven vertrouwen.
Er gebeurde niks. Wat daadwerkelijk aan de hand is, kom ik achter, is dat ik oude angststukken aan het loslaten ben. Een oude geest vol angst is aan het vertrekken. Uit mijn energetisch veld. Oude stukken. Van mij. Een oude geest van mij, van een ander leven. En dat is te ervaren, te zien en ook te voelen.
Wat interessant is, is dat het meest zich afspeelt in het onderbewuste, het hoog spirituele. En flarden van bewustzijn dan doorsijpelen naar je menszijn. Wat je mag ervaren en voelen. Of zien dus. Maar je hoeft je niet te laten meenemen in de angst, maar mag het juist ombuigen naar dankbaarheid voor het prachtige hier en nu waarin je verblijft. In het hier en nu is alles veilig.





